Test je kennis

 

Hoeveel weet jij van de Sanne-boeken? Beantwoord onderstaande vragen en je weet het! Misschien is het leuk om de vragen aan je (turn)vriendinnen te stellen en er een echte wedstrijd van te maken. Ook kun je de vragen gebruiken bij je boekenbeurt. Wie kan de meeste vragen beantwoorden, nadat jij iets over het boek hebt verteld? Natuurlijk mag je de vragen veranderen of zelf wat vragen toevoegen.

Veel succes, en... de antwoorden vind je onderaan deze pagina!

 

VRAGEN 

 

Vragen over 'Sanne turnt zich naar de top'

 

`1. Hoe heette de turnjuf van Sanne?

A. juf Bianca 

B. juf Lena 

C. juf Gerrie

 

2. Fleur brak haar arm tijdens de turnles. Van welk toestel viel ze?

A. de brug

B. de balk

C. de vloer

 

3. Wie was de beste vriendin van Sanne?

A. Lies

B. Marieke

C. Patty

 

4. Tijdens de protestmars trokken de turnsters een bolderkar met zich mee. Wie zat daarin?

A. juf Gerrie

B. Sanne

C. Fleur

 

5. In welk gebouw werd de brief overhandigd tijdens de protestmars?

A. de bibliotheek

B. de turnzaal

C. het stadhuis

 

6. Met welke activiteit sloten de turnsters het turnseizoen af?

A. een picknick

B. een disco

C. een film

 

Vragen over 'Sanne gaat voor goud'

 

`1. Tijdens een uitje met de turnclub maakten de turnsters een boswandeling. Wat ging er mis met Sanne?

A. ze viel en bezeerde haar voet

B. ze verdwaalde

C. ze verloor haar tas

 

2. Wie haalde graag grapjes uit op school?

A. Jessie

B. Milan

C. Marieke

 

3. Welke kleur had de medaille die Sanne won bij de turnwedstrijd?

A. goud

B. zilver

C. brons

 

4. Voor de aanschaf van welk toestel organiseerden de turnsters een braderie?

A. tumblingbaan

B. Pegases

C. spanbrug

 

5. Hoeveel leverde de braderie op?

A. ruim drieduizend euro

B. ruim vierduizend euro

C. ruim vijfduizend euro

 

6. Wat ging er mis met het geld van de braderie?

A. ze verloren het geld

B. het geld werd gestolen

C. ze moesten het geld inleveren 

 

Vragen over 'Sanne steelt de show'

 

1. Welke club had Sanne samen met Marieke opgericht?

A. de sportieve club

B. de theeclub

C. de gezelligheidsclub

 

2. Wie had een hersenschudding opgelopen door een val in het park?

A. Sanne

B. Jessie

C. Marieke

 

3. Wat won Patty op het gymgala?

A. een waardecheque van 25 euro

B. een waardecheque van 50 euro

C. een waardecheque van 75 euro

 

4. Waar woonde de kunstenares, die de vaas voor juf Gerrie had gemaakt?

A. Utrecht

B. Den Haag

C. Groningen

 

5. Wat ging er mis met de vaas?

A. de vaas werd gestolen

B. de vaas viel in stukken

C. de vaas raakte zoek

 

6. Op welk toestel voerden Sanne en Patty een show op tijdens het jubileumfeest van juf Gerrie?

A. de balk

B. de vloer

C. de brug

 

Vragen over 'Sanne op zomerkamp'

 

1. In welk dorp stond de tent van Sanne?

A. het griezeldorp

B. het avonturendorp

C. het elfendorp

 

2. Waar werden cijfers voor gegeven in het kamp?

A. het gedrag van de kinderen

B. de resultaten van de spelletjes

C. het opruimen van de tent

 

3. Wie had er last van snoeperitis?

A. Patty

B. Sanne

C. Marieke

 

4. Na het nachtfeest liepen Sanne, Patty en Isa terug naar hun tent. Wat was er aan de hand met het knutselhok?

A. er werd ingebroken 

B. er was brand

C. er waren teksten op geschreven

 

5. Wie had de vernielingen gepleegd op het kampterrein?

A. vakantiegangers van de naastgelegen camping 

B. kinderen die aan het kamp deelnamen

C. jongens die in het dorp woonden

 

6. Welke jongen probeerde Sanne te versieren tijdens de disco?

A. Tom

B. Joost

C. Thomas

 

Vragen over 'Sanne in de selectie'

 

1. In Zoetmegen ging Sanne naar een nieuwe school. Naast welk meisje kwam ze in de klas te zitten?

A. Amber

B. Leonie

C. Sterre

 

2. Sanne en Milan gaven elkaar voor het eerst een zoen. Waar gebeurde dat?

A. in Sannes slaapkamer 

B. op het schoolplein

C. in de tuin van Milan

 

3. Sanne liep weg bij haar gastouders. Wat nam ze mee?

A. een rugzak

B. een koffer

C. een handtas

 

4. Waar dronk Sanne een kop warme thee tijdens haar vlucht?

A. in een restaurant

B. op het politiebureau

C. in het buurthuis

 

5. Sanne ging niet meteen terug naar haar gastouders. Met wie ging ze mee naar huis?

A. Patty

B. Leonie

C. Jennifer

 

6. Juf Gerrie kwam langs bij de turntraining in Zoetmegen. Wat was haar nieuwtje?

A. ze had nieuwe turntoestellen besteld

B. ze was die dag jarig 

C. ze zou volgend jaar gaan trouwen

 

Vragen over 'Sanne waagt de sprong'

 

1. Juf Gerrie vond een bepaalde cursus heel geschikt voor Sanne. Welke cursus was dat?

A. balletcursus

B. assistentencursus

C. muziekcursus

 

2. Sanne ontving per post een uitnodiging. Voor wat werd ze uitgenodigd?

A. een verjaardagsfeestje van een turnvriendin

B. een trouwfeest van juf Gerrie en meneer Verkerk

C. een turnwedstrijd waar ze aan mee mag doen

 

3. Hoe waren de turnsters gekleed bij de trouwplechtigheid?

A. in trainingspak 

B. allemaal verschillend

C. in een lange jurk

 

4. Na de trouwplechtigheid voerden de turnster een show op. Wat gebruikten ze daarbij?

A. een paar balken

B. een Pegases

C. een tumblingbaan

 

5. Meester Roel hielp de klas van Sanne bij de musical. Waarom stopte hij daarmee? 

A. hij had er geen zin meer in

B. hij had een andere baan gekregen

C. hij was gewond geraakt

 

6. Wat deed de klas van Sanne toen ze hoorden dat de eindmusical niet door kon gaan?

A. ze organiseerden een filmavond met een barbecue

B. ze zetten zelf een uitvoering in elkaar

C. ze gingen een dagje naar een pretpark 

 

Vragen over 'Sanne op de ski's' 

 

1. Hoe heette de plaats waar Sanne en Marieke met de bus naartoe gingen?

A. Winterberg

B. Winteralm

C. Wintersee

 

2. In Innsbruck gebeurde er iets naars met Sanne. Wat precies?

A. ze verloor haar vriendinnen uit het oog

B. ze verzwikte haar voet

C. ze was haar portemonnee kwijt

 

3. Welke jongen vond Sanne wel leuk?

A. Ruben

B. Max

C. Timo

 

4. Wat gebeurde er bij het rodelen?

A. Sanne raakte gewond door een val van de slee

B. Sanne en haar vrienden raakten de weg kwijt

C. de slee van Sanne was kapot 

 

5. Waar vonden Sanne en haar vrienden een schuilplaats?

A. in een berghut

B. in een grot

C. in een diepe kuil

 

6. Waarom kon de bus niet op tijd naar Nederland vertrekken?

A. de bus was stuk

B. er lag een boom op de weg

C. het sneeuwde te erg 

 

Vragen over 'Sanne in de spotlights' 

 

1. 

A. 

B. 

C. 

 

2. 

A. 

B. 

C. 

 

3. 

A. 

B. 

C. 

 

4. 

A. 

B. 

C. 

 

5. 

A. 

B. 

C. 

 

6. 

A. 

B. 

C. 

 

ANTWOORDEN

 

Sanne turnt zich naar de top:

1C / 2A / 3B / 4C / 5C / 6B

Sanne gaat voor goud:

1B / 2A / 3A / 4B / 5C / 6B

Sanne steelt de show:

1B / 2C / 3C / 4A / 5B / 6A

Sanne op zomerkamp:

1A / 2C / 3C / 4B / 5C / 6A

Sanne in de selectie:

1B / 2A / 3B / 4A / 5C / 6C

Sanne waagt de sprong:

1B / 2B / 3A / 4C / 5C / 6B

Sanne op de ski's: 

1C / 2C / 3A / 4B / 5A / 6C

Sanne in de spotlights: 

1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6

 

Terug naar de startpagina: HOME