Recensies

 

Het boek 'Wanneer krijgen we weer les?' heeft een goede recensie gekregen van NBD Biblion.

De recensie van NBD Biblion is heel belangrijk. Deze recensie wordt door alle bibliotheken en veel (online) boekhandels overgenomen als aanschafinformatie.

 

Het boek heeft inmiddels ook een aantal andere recensies gekregen. Hieronder een overzicht van alle recensies, waarna ze worden weergegeven. 

 

Overzicht recensies

1.NBD Biblion (Mart Seerden)

2.Algemene Vereniging Schoolleiders - AVS / Kader Primair (Jan Stuijver)

3.Dr. P. de Bruyckere, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en blogger

4.Rotterdams Onderwijs Magazine - ROM (Marieke van den Vlekkert-Maatje)

5.Beter Onderwijs Nederland - BON 

 

1. Recensie van: NBD Biblion

Actuele uitgave over de praktijk van systeemwijzigingen in het (beroeps) onderwijs. Dit keer: gepersonaliseerde leerroutes voor jongeren.

De auteur, werkzaam op een ROC, maakt de systematische verandering van dichtbij mee en doet dit op verhalende wijze: in de vorm van een autobiografische vertelling met de nodige humor, zorgzaamheid en zorgelijkheid, maar tegelijkertijd ook als een informatieve tocht in drie fases doorheen de gekozen verandering.

In haar gedetailleerde verhaal onderscheidt de auteur de praktijk van drie opeenvolgende schooljaren: het idee wordt geopperd, de praktijk wordt ingericht, de slag naar een nieuwe werkelijkheid wordt gemaakt. Een verhaal van haken en ogen, frustraties, kleine en grote successen en mislukkingen, vraagtekens bij leerlingen en docenten. Leraren zijn gewend (traditioneel) les te geven - leerlingen zijn gewend (traditioneel) les te krijgen. Verandering vraagt veranderbereidheid, maar ook facilitering van de nieuwe opdracht.

Een schrijnend verhaal (geen klaagzang!) met weinig winnaars aan de meet. Inclusief begrippenlijst (jargon). Actuele en herkenbare vertelling, die in dit tijdsgewricht een grote doelgroep lezers zou moeten kennen.

Mart Seerden - NBD Biblion 

 

2. Recensie van: Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS)

Wanneer krijgen we weer les? In tijden van lerarentekorten een vraag die kinderen wellicht geregeld stellen. Maar daar gaat dit boek niet over. Wel over veranderen. Paula van Manen beschrijft hoe haar school het roer omgooit naar gepersonaliseerd onderwijs. Dat gaat met vallen en opstaan, blijkt uit haar relaas. 

Leerlingen die zelf de keuze krijgen in welk tempo en op welke manier ze werken aan hun leerdoelen. Dat is gepersonaliseerd onderwijs in een notendop. Dat het toekomst heeft, daar zijn veel schooldirecties in alle onderwijslagen (primair, voortgezet, mbo en hbo) van overtuigd. Maar het is ook een containerbegrip dat op elke school anders vormt krijgt. 

Bij het lezen van dit boek krijg je een kijkje in de keuken van het organiseren van de benodigde veranderingen op een school. Het zijn verhalen uit de dagelijkse praktijk die veel herkenning opleveren voor iedereen die in het onderwijs werkt. Hoe kom je tot een gezamenlijke ambitie, hoe creëer je draagvlak?

Op humoristische wijze wordt de omvangrijke vernieuwing op de school beschreven. Klassikale lessen maakten plaats voor het zelfstandig behalen van doelen, docenten werden leercoaches, lokalen werden leerpleinen. Nieuwe dagelijkse bordsessies, doelenboekjes, kleuren in plaats van cijfers, woordrapporten, inspiratiebijeenkomsten, ben-op-tafel-sessies: alles passeert de revue in deze openhartige schets van deze hedendaagse onderwijspraktijk, die niet nalaat te tonen waar verandering schuurt - zie bijvoorbeeld de vertwijfeling bij collega's over het werken met digitale portfolio's. 

Na lezing van dit boek dringen zich vragen op als: Waarom doen we de dingen zoals we het doen? Wie heeft er baat bij? Voor welke leerlingen is deze manier van leren geschikt? Zijn scholen wel voldoende toegerust om hier goed vorm aan te geven? Is gepersonaliseerd onderwijs wérkelijk de toekomst? In het boek zelf wordt niet echt antwoord gegeven op deze vragen. Dat is jammer. Maar tussen de regels door zie je dat het veranderen met vallen en opstaan gaat en dat het niet voor iedere leraar een succes is. Projectmatig werken is ons niet geleerd, schetst een van hen. Die ervaart het aanmaken en methodisch verantwoord uitvoeren van projecten met het genoemde portfolio meer als een doel op zich dan dit het onderwijs ten goede zou komen. Dat het boek ruimte biedt voor dergelijke tegengeluiden, maakt het geloofwaardig.

Het boek leest makkelijk en laat ook de mooie kanten zien van het werken in het onderwijs. Na lezing realiseer je je weer dat veranderingen niet vanzelf gaan en je er als leidinggevende goed richting aan moet blijven geven. Het is daarmee een aanrader voor iedereen in het onderwijs die stil wil staan bij de vraag of we de juiste dingen doen en wil reflecteren op de eigen rol daarin. 

Jan Stuijver - Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) / Kader Primair nr. januari 2020

 

3. Recensie van: Dr. P. De Bruyckere, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en blogger

Vorige week ontstond deining over een kritisch onderwijsboek dat tot schorsing van de auteur Paula van Manen leidde. Het boek beschrijft de invoering van gepersonaliseerd onderwijs in een opleiding binnen het ROC waar de auteur werkt en is een echte sleutelroman. Het kost iemand niet veel moeite om Agora te herkennen als de 'Limburgse school met mooie kunstwerken' of Kunskapskolan als het Zweede Pippi-model. De reden van de schorsing zou zijn dat zo makkelijk als je deze modellen kan herkennen, zo makkelijk de collega's ook zichzelf in het boek zouden terugvinden. 

Want als de reden zou zijn dat de schrijfster te kritisch is, dan is dit mijns inziens onterecht. Ik vreesde vooraf een klaagroman te zullen lezen van een conservatieve leraar – het bestaat -, maar las in de plaats daarvan vooral een herkenbaar relaas over de invoer van een onderwijsaanpak met vallen en opstaan. Top-down beslissingen met een bottom up sausje, de vele goodwill bij docenten terwijl leerlingen en ouders meer moeite lijken te hebben met veranderingen waar ze niet voor gekozen hebben, en het vele, vele werk dat verandering kost. Oh, en de liefde voor de leerlingen, de enorme liefde en verantwoordelijkheid bij de docenten.

Gaandeweg wordt de kritiek in het boek groter. Niet omdat de auteur en haar collega’s er niet in geloofden, maar omdat plannen onverwacht veranderen, verantwoordelijken verdwijnen, de werkdruk loodzwaar wordt en… omdat ze zien hoe leerlingen ook maar mensen in ontwikkeling blijken die niet allemaal zo vlot met verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces leren omgaan. De twijfel wordt nog groter omdat men merkt dat de diepgang meer en meer verdwijnt en een steeds grotere groep leervertraging oploopt in ruil voor, tja, in ruil voor wat?

Het is geen wetenschappelijk boek, er zijn geen noten, geen afstand. Dat laatste is tegelijk de meerwaarde, het is een persoonlijk relaas van een onderwijsvernieuwing. Tegelijk is het een mooie waarschuwing voor mogelijke (denk)fouten die soms ook uit wetenschappelijke literatuur naar boven komen. Al raad ik het boek ook aan wetenschappers aan die mooie ideeën hebben.

De meest pijnlijke passage uit het boek voor mij is als de schrijfster vertwijfeld bedenkt dat zij en haar collega’s betaald worden om telkens twee keer per dag zelf en twee keer per dag met hun leerlingen over de gevoelens bij alles te praten bij een bordmoment met smileys, terwijl na een tijdje niemand echt nog weet waarom.

Het is misschien mijn persoonlijke dada aan het worden, maar mij valt in het boek op hoe er gemorst wordt met leertijd vanuit een naïef idee dat kinderen spontaan, intrinsiek gemotiveerd zullen beginnen leren als ze maar keuzes krijgen. De praktijk is dat in onderwijscurricula er soms dingen gewoon moeten waar leerlingen weinig in zien en dat dan de enige keuze wordt wanneer je iets doet. En dat kan tot uitstelgedrag leiden. Zeker als de verlokkingen van zaken die niks met leren te maken hebben op je laptop of die eeuwige telefoon, behoorlijk groot zijn en het vlees vaak te zwak blijkt.

Wie een schandaalboek verwacht, zal teleurgesteld zijn. 

Voor wie over onderwijs en onderwijsvernieuwing denkt, is het daarentegen wel degelijk een aanrader. En nee, het boek gaat echt niet over jou of jou… Echt niet…

Dr. P. (Pedro) De Bruyckere - https://pedrodebruyckere.blog/2020/01/23/wanneer-krijgen-we-weer-les-ik-las-het-boek/ 23-1-2020

 

4. Recensie van: Rotterdams Onderwijs Magazine (ROM)

In een prettig geschreven boek neemt Paula van Manen ons mee in het perspectief van de docent in een nieuw onderwijsconcept. Paula is docent in het mbo; in de praktijk heet dat leercoach en studieloopbaanbegeleider. Termen die horen bij het onderwijsconcept 'gepersonaliseerd leren'. 

In haar boek Wanneer krijgen we weer les? beschrijft ze de eerste twee jaar van werken met dit concept. Ze laat zien hoe de docent zich verhoudt tot deelnemers en tot de organisatie. Vele dilemma's komen er op de docenten af. En daarmee toont Paula hoe complex een vernieuwing is binnen een mbo-opleiding, of elke andere onderwijsorganisatie. 

Al lezende hoopte ik op een happy end aan het einde van de beschreven twee jaren. Dat de vele tegenslagen toch tot een succesverhaal zouden leiden. Dat happy end volgt niet, wel het besef dat een onderwijsvernieuwing een zeer tijdrovend proces is. En dat de compromissen die er op alle vlakken gedaan worden vaak begrijpelijk, maar zeker niet bevorderlijk zijn. 

Misschien kunnen we na schooljaar '20-'21 een vervolg verwachten waarin een eindconclusie doorklinkt? Ik zou het graag lezen. 

Marieke van den Vlekkert-Maatje - Rotterdams Onderwijs Magazine (ROM) / 22-01-2020

 

5. Recensie van: Beter Onderwijs Nederland (BON)

De (...) mbo-docent Paula van Manen schreef met Wanneer krijgen we weer les? een verslag over het gepersonaliseerd leren in het mbo. Vanwege dat boek werd zij geschorst. De titel van het boek doet sterk denken aan die van de brandbrief van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) uit 2007 Wij willen les. Die brief was destijds aanleiding voor de parlementaire onderwijsenquête van de Commissie-Dijsselbloem. Ook dit 'leerzame' boek kan men lezen als een brandbrief en zou derhalve verplichte koste moeten zijn voor de onderwijsfracties van alle politieke partijen. 

Wanneer krijgen we weer les? laat zich lezen als een roman. Van Manen stelt vooraf dat de namen van de personages zijn gefingeerd. Toch meenden een aantal collega’s zich te herkennen in het boek. Dan zou het dus om een soort sleutelroman gaan, een variant op Onder professoren van Hermans. Maar die vlieger gaat niet op. Ik werk niet op het ROC (...), maar toch herken ik naadloos de personages in haar verhaal. Het zijn gewoonweg stereotypen die alle roc’s bevolken. De vele leidinggevenden en teamleiders zijn allemaal uit hetzelfde hout gesneden. Zij hebben geen verstand van en affiniteit met het onderwijs en duwen blind de zoveelste onderwijsvernieuwing bij de leraren , die dat overigens braaf slikken, door de strot.

De dagelijkse praktijk die Van Manen beschrijft is zeer herkenbaar voor iedereen die op een roc werkt. De lamlendige sfeer op de leerpleinen, waar ‘studenten’ de hele dag als zombies naar een beeldscherm staren, koptelefoon op en smartphone bij de hand. De zinloze studiedagen, het wollige taalgebruik, de leraar als administrateur en het bedroevend kennisniveau van de leraar, coach, trajectbegeleider e.t.q.

Van Manen heeft alles toegankelijk en met mildheid beschreven. Nergens, maar dan ook nergens is er sprake van rancune of ressentiment. Objectief en met een grote betrokkenheid bij het onderwijs beschrijft  de ‘volgzame’ van Manen de treurige geschiedenis van het gepersonaliseerd leren op een roc. Het enige persoonlijke wat bij haar doorklinkt is verbijstering en ongeloof. Dat zij derhalve toch werd ‘bestraft’, verraadt de angstcultuur bij haar bestuurders en toont ook nog eens aan dat die niet kunnen lezen.

Dr. A.M. (Ton) Bastings - Beter Onderwijs Nederland (BON) / 15-01-2020 

 

Terug naar de startpagina: HOME